Al jaren ben ik gefascineerd door tiny houses. Ik kan er heerlijk bij wegdromen: de hele wereld rondreizen in een off grid tiny house, je huisje neerzetten in een mooi natuurgebied en als je behoefte hebt aan een nieuw uitzicht, verkas je gewoon weer. Gaandeweg heb ik wel ontdekt dat de werkelijkheid (in Nederland in ieder geval) iets minder romantisch is. En eerlijk is eerlijk, voorlopig is een tiny house voor mij toch niet weggelegd. Gelukkig heb ik ontdekt dat er een manier is om ook in een gewoon huis de rust en de ruimte van een tiny house te ervaren: ontspullen.

Voor de meeste mensen is een verhuizing hét moment om kritisch te kijken wat ze wel en niet willen meenemen. Voor mij was een verhuizing voorheen vooral een goed excuus om nieuwe meubels te kunnen kopen, waar ik alle spullen die er sinds de vorige verhuizing bij waren gekomen in kwijt zou kunnen. Maar de laatste keer dat ik verhuisde, veranderde er al iets. Want in plaats van een extra boekenkast te kopen, deed ik de boeken waarvan ik wist dat ik ze toch nooit (meer) zou lezen weg.

En voila: er was in dezelfde kast ook ruimte voor mijn cd’s, dvd’s en zelfs enkele decoratieve items ;-)!

Maar intussen was mijn inloopkast nog steeds een chaos. Net als mijn kledingkast. En over mijn keukenkastjes zal ik maar zwijgen. Je kent het wel (ik hoop tenminste dat ik niet de enige ben): dat je iets wat je nodig hebt snel moet pakken, omdat anders de rest ook mee naar buiten komt.

Een paar weken geleden werd ik ‘s ochtends wakker en was ik het ineens zat: vandaag zou ik gaan ontspullen.

Eerst haalde ik alle kasten leeg en legde ik alles op de grond om overzicht te creëren en om mezelf te dwingen niet halverwege af te haken.

De kleren waren gemakkelijk: alles wat ik al een tijd niet meer had gedragen of überhaupt nooit had gedragen en waarvan ik wist dat ik het ook niet meer zou gaan dragen, ging weg.

Vervolgens de keukenkastjes. Hierbij hanteerde ik de ‘gebruikten-onze-verre-voorouders-het-ook?’-methode. Slimme fabrikanten hebben ons allerlei problemen aangepraat waarvoor zij – oh wonder – de oplossing hebben in de vorm van nog meer spullen. Elektrische blikopeners, mangosnijders, tablethouders met stylus zodat je tijdens het koken door een recept op je iPad kunt scrollen zonder je scherm vies te maken (ja echt!)… Superhandig allemaal, maar ik kan prima een blik openen met een normale blikopener. En een mango snijd ik gewoon ‘old school’ met een mes. Weg ermee dus.

Idem voor al die potjes met kruiden die ik ooit een keer nodig heb gehad voor een recept, maar daarna nooit meer heb aangeraakt.

Op mijn boeken, dvd’s en cd’s paste ik de Marie Kondo-methode toe: does it spark joy? Ik hoefde hier niet ernstig te ontspullen (dat had ik na mijn laatste verhuizing immers al gedaan), maar als je boeken boven op andere boeken moet gaan leggen, is dat wel hét teken dat het tijd wordt om op te ruimen 😉

Maar toen werd het lastig. Want wat doe je met al die spullen die je bijna nooit gebruikt, maar die toch verrekte handig zijn op het moment dat je ze nodig hebt? Die 3 taartvormen bijvoorbeeld. Die sparken geen joy, maar stel dat ik een keer 3 taarten op 1 dag moet bakken? Of de gebaksschaaltjes die ik van mijn moeder heb gekregen? Die zijn weer erg handig als ik de hele vriendenclub over de vloer krijg. Natuurlijk kan ik in zo’n situatie plastic bordjes halen, maar dat is dan weer niet goed voor het milieu.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over allerlei niet-functionele spullen die ik ooit van vrienden heb gekregen. Ze zomaar wegdoen voelt niet oké, maar wat ik er wel mee moet, weet ik ook niet altijd. Het bracht me wel op het idee om er in ieder geval voor te zorgen dat ik niet nóg meer spullen erbij krijg. Bijvoorbeeld door als ik jarig ben mensen expliciet te vragen me geen tastbare cadeaus te geven, maar een bon voor het een of ander. Of ga met me naar de film of uit eten. Fijne herinneringen zijn uiteindelijk immers veel meer waard dan spullen.

Ook al heb ik dus nog wel een slag te slaan, het voorlopige resultaat heeft me al ontzettend veel rust gegeven. Ook troep achter deurtjes creëert namelijk onrust in je hoofd. Je weet immers dat het er is, ook al zie je het niet. Nu weet ik precies wat ik heb, ik weet dat ik (bijna) geen dingen heb die ik niet echt nodig heb én ik weet precies waar het ligt. Dat creëert overzicht.

Heb jij nog tips voor mij om nog verder te ontspullen? En hoe pas jij in je gewone huis de tiny house lifestyle toe? Laat hieronder je reactie achter!